12

SCHOUWEN

In de oudheid

Bij inwijding denken we onmiddellijk aan verlichting en hoger bewustzijn. Daarbij ging het in de oudheid om het verwerven van een andersoortig bewustzijn dat wij niet meer kennen en voor zover ik weet (buiten de UG) nog nooit (op de juiste wijze) is beschreven. Dat besef is zo indrukwekkend, dat Plato zei dat de goden op dat moment de sluiers van de ogen weghalen, wat hij moet hebben ervaren als een opname in het goddelijke bewustzijn. In zijn oudheid waren er nog mensen die van nature schouwden, van welke groep Boeddha en Jezus de meest bekende vertegenwoordiger zijn geweest. De ingewijden zoals Thales, Pythagoras en Plato hebben dat schouwen in Egypte echter met veel inzet moeten leren. Sommige mensen denken dat iemand die ooit is ingewijd en toen "verlicht" was, daarna niet meer op aarde hoefde te incarneren. Dat is niet juist, want dan zou men aan Boeddha of Jezus gelijk zijn. De gewone mens functioneert als het ware op drie niveaus. Want op een lager niveau zijn wij onderbewust, terwijl we op een hoger niveau als het ware bovenpersoonlijk bewust zijn. En in dat spanningsveld functioneert het zelfbewustzijn. Maar de mens die niet meer incarneert, is ťťn geworden met zichzelf. En zelfs de mensen die het nirwana hebben bereikt (boeddhisme), die moksha hebben bereikt (hindoeÔsme), of het koninkrijk van de Vader zijn ingegaan (christendom), komen nog af en toe op aarde terug om verder te kunnen leren. In tegenstelling daarmee incarneren de ingewijden die ooit "verlicht" waren het ene leven na het andere, en weten in het volgende leven niet dat zij in het vorige leven hebben geschouwd. Daarom moeten we bij "verlichting" niet denken aan zeer hoogontwikkelde mensen, maar aan mensen die in ťťn of meer levens alles hebben gegeven wat ze in huis hadden om dat hogere bewustzijn te kunnen bereiken.

 

Sommige mensen denken dat de inwijding van destijds superieur was in vergelijking met de huidige mogelijkheden om bewuster te worden. Niets is minder waar. Wij zijn in deze tijd in staat om het denkvermogen en de logica op een hoger plan te brengen dan ooit eerder het geval is geweest. Wie in ťťn of meer vorige levens heeft leren schouwen, heeft dat niet voor niets gedaan, want in het bewustzijn gaat er nooit iets definitief verloren. Dat hogere bewustzijn slaapt dan als het waren, terwijl we in deze tijd kunnen leren omdat dat hogere nog slapende inzicht in woorden, begrippen en inzichten om te zetten. En dat konden de ingewijden in hun tijd nog niet zo goed, als gevolg waarvan Plato bijvoorbeeld zo slecht begrepen werd en nog steeds wordt.

 

Schouwen en helderziendheid

Veel mensen verwarren dat schouwen met helderziendheid en denken dat een helderziende zonder enig probleem in de akashakronieken (het gecollectiveerde geheugen van de mensheid) kan schouwen. Niets in minder waar, want zo gemakkelijk gaat dat niet. Ten eerste is het schouwen het allerhoogste bewustzijn dat de mens in een stoffelijk lichaam kan ervaren. En verder is men tijdens het schouwen niet meer persoonlijk bewust, in die zin dat het bewustzijn op dat moment is gecollectiveerd. Men is dan op een bepaalde golflengte verbonden met het bewustzijn van alle mensen die ooit hebben geleefd en nu leven. Op dat moment ziet men geen beelden meer, want tijdens het schouwen zijn er geen beelden zoals wij iets voorstellen. Daarom sprak Plato niet van beelden maar van grondvormen ofwel ideeŽn. Als de goden in zijn woorden de sluiers voor de ogen weghalen, is de mens dus niet meer bewust in beelden en begrippen, maar in de goddelijke wereld van de ideeŽn. Die hoogste staat van het bewustzijn ontstaat als iemand tijdens het mediteren bewust blijft en daarbij volledig loskomt van zijn lichamelijk ervaringen, voorstellingen, gevoelens en gedachten. Daarmee bedoel ik dat men niet meer bewust is van zichzelf en daarmee zelfs is losgekomen van zijn persoonlijke herinneringen en verwachtingen. Dat bewustzijn is zo anders dan het persoonlijke bewustzijn, dat het niet mogelijk is om de geschouwde indrukken zonder begeleiding in woorden weer te geven. Een helderziende mag dan het gevoel hebben goddelijke beelden of inspiratie te krijgen. Maar zolang men nog kan weergeven wat men heeft gezien, was er geen sprake van schouwen.

 

Mijn eigen onderzoek

In de loop van dertig jaren heb ik als therapeut en vriend met verschillende helderzienden gewerkt en dat waren zeker niet de slechtsten. Maar geen van hen kon schouwen. Dat veranderde in 2002 toen ik trouwde met Sammie die dat wel kan. Pas toen kreeg ik een duidelijk inzicht in het fundamentele verschil tussen de gewone helderziendheid en het uitzonderlijke schouwen. Daarmee verkeerde ik in de gelukkige omstandigheid dat de wordende UG inhoudelijk kon worden getoetst aan mijn ervaringen met Sammie, waardoor ik nu in staat ben om dat bewustzijn te beschrijven. Ik vermeld dat alleen, omdat ik daarmee kan aangeven dat de theorie van de UG op deze manier op een aantal punten is bijgeschaafd en verbeterd. En hoewel dat schouwen als zodanig uniek is, zal de lezer wel kunnen begrijpen dat wij er geen behoefte aan hebben om dit naar buiten toe te verantwoorden. Daar staat tegenover dat het schouwen als verschijnsel in de UG voldoende duidelijk is beschreven. En omdat het tevens op een volstrekt logische wijze wordt verklaard, kan de aard van dat hogere bewustzijn op die manier wel op een zinvolle manier ter discussie staan.

 

De specifieke aard van het schouwen

De aard van het schouwen kan alleen worden begrepen op de wijze zoals de UG te werk gaat, waarvan ik nu een voorbeeld geef. We weten dat er verschil is tussen het bewustzijn van een plant, een dier en de mens. Deze drievoudige indeling kunnen we naar analogie ook op de mens zelf toepassen. Dan spreken we ten eerste van het vegetatieve bewustzijn en de vegetatieve waarneming. Ten tweede van het animale bewustzijn en de animale waarneming. En ten derde  van het specifiek menselijke bewustzijn en de specifiek menselijke waarneming.

  1. de vegetatieve waarneming doet zich voor tijdens een regressie

  2. de animale waarneming is de gewone zintuiglijke waarneming

  3. de specifiek menselijke waarneming komt overeen met het schouwen

1  Tijdens een echte regressie leeft iemand als het ware weer in het verleden zonder op dat moment het besef te hebben dat het verleden niet meer bestaat. Men praat dan bijvoorbeeld als een vijfjarig kind, terwijl het ook wel voorkomt dat iemand dan de taal van een vorig leven gaat spreken. In het bijbelboek Handelingen 2:1-13 lezen we daarover het volgende: "Zij werden allemaal vervuld met de heilige geest en begonnen met andere tongen te spreken. Toen de menigte te hoop liep en zich verbaasde, hoorde een ieder hen in zijn eigen taal spreken. Zij waren allen buiten zichzelf." Wie dat soort regressieve ervaringen onderzoekt zoals ik dat gedurende 30 jaar heb gedaan, weet dat het onverwerkte verleden een statisch karakter heeft en slechts heel langzaam oplost.

2  Wat het hier-en-nu betreft, zien en horen wij op dezelfde wijze als de dieren, wat betekent dat onze waarneming in feite een animaal karakter heeft. Zelfs onze voorstellingen en gevoelens zijn gelijksoortig, terwijl de dieren ook kennis hebben.

3  Daarnaast bestaat er nog een hogere vorm van zintuiglijkheid en bewustzijn die specifiek menselijk is. En dat is het schouwen. Dat hogere bewustzijn kon tot en met de 4e eeuw v.Chr. nog in Egypte worden ontwikkeld onder begeleiding van enkele priesters, waarna die mogelijkheid vrijwel geheel verdween. Maar omdat er nooit iets verloren gaat in het bewustzijn, zal dat hogere vermogen in een veel later stadium van de menselijke evolutie weer tot ontwikkeling worden gebracht.

Er zijn geen beelden

Tijdens het schouwen is men ťťn met die laag van het menselijke bewustzijn waarop men op dat moment is afgestemd. Men is dan niet meer bewust van zichzelf en ook niet van zijn eigen ervaringen, wat tot gevolg heeft dat men geen beelden heeft. Voor ons is dat vreemd, omdat wij altijd een beeld hebben van de werkelijkheid, terwijl ik nu stel dat onze voorstellingen als het ware in staan tussen de waarneming en de geschouwde werkelijkheid. De indrukken die men tijdens het schouwen ervaart, zijn daarmee van een volstrekt andere orde dan de beelden die we zien als we de ogen sluiten. Het zijn de essenties van de werkelijkheid, waardoor Plato niet alleen sprak van ideeŽn maar ook van grondvormen. Die grondvormen komen niet voort uit het persoonlijke bewustzijn, maar uit het gecollectiveerde bewustzijn van de hele mensheid. En dat heeft weer tot gevolg dat men tijdens het schouwen geen concrete beelden waarneemt, maar als individu oplost en als het ware in die beelden opgaat. Daarmee verdwijnt de persoonlijkheid, terwijl de essentie van ons bewustzijn blijft bestaan. Als gevolg daarvan is men na het schouwen niet in staat om die indrukken gewoon in woord en beeld te vertalen. In ons geval bleef ik daarom tijdens het schouwen in contact met Sammie, waardoor ik in staat was om haar indrukken te vertalen. Door dat contact ging ze niet volledig op in het schouwen, bleef zij als het ware op de grens hangen tussen de helderziendheid en het schouwen. Die tussentoestand werd in de theosofie het schouwen in de akashakronieken genoemd.   

 

Hoewel het niet juist is om met betrekking tot het schouwen van verschillende niveaus te spreken, waren de  hoogstontwikkelde mensen in staat om zich te verbinden met essenties die niet konden doordringen tot het bewustzijn van de ingewijden. Daarmee bedoel ik dat de ene mens tijdens het schouwen dieper tot die essenties doordringt dan de andere. Het verschil tussen die essenties, grondvormen ofwel ideeŽn en onze begrippen, probeer ik als volgt weer te geven. Als iemand het woord mens zegt en u luistert daarnaar, dan maakt u een algemeen beeld waarin alle mensen passen die u ooit hebt gezien. Maakt u geen beeld, dan luistert u niet goed en weet u niet wat er wordt gezegd. Ik ga er echter vanuit dat u wel een beeld maakt, waarna die persoon u vraagt u of u wel begrijpt wat hij met het woord mens bedoelt. Dan zegt u ongetwijfeld 'ja', terwijl dat nog maar de vraag is. Want de kans is groot dat u alleen een beeld hebt waarin alle mensen passen die op aarde leven. Maar als de andere mens gelooft dat er in andere stelsels mensen bestaan die er heel anders uitzien, terwijl er ook mensen bestaan die wij niet met de ogen kunnen zien, dan omvat zijn beeld veel meer dan het uwe.  Zijn beeld is dan als het ware nog algemener dan het uwe, terwijl ook zijn beeld nog niet alles omvat. De idee mens omvat daarentegen alle mensen die ooit hebben bestaan, nu bestaan en nog zullen bestaan. Dat betekent dat de idee mens vrij is van beelden en alleen de essentie weergeeft van het mens-zijn. Daaruit kunt u de gevolgtrekking maken dat onze beelden per definitie beperkt zijn en in een aantal gevallen zelfs onjuist zijn. Aldus is onze kennis van de dingen per definitie een onvolmaakte weergave van de werkelijkheid zoals die wordt geschouwd.

  Algemene oriŽntatie deel 2
   Overzichtspagina