3

ESOTERIE EN SPIRITISME

Esoterie

In de tweede helft van de 19e eeuw ging de Russin Helena Blavatsky naar het ontoegankelijke Tibet, alwaar ze werd onderwezen door de Tibetaanse monniken Moria en Koot Hoomi, die nu vrij algemeen 'de meesters' worden genoemd. Zij vertelden haar dat het boeddhisme zoals wij dat kennen de gepopulariseerde leer is van het volk. Na de dood van Boeddha zijn er uit onbegrip 18 verschillende boeddhistische bewegingen ontstaan, waarvan er nog maar drie (eigenlijk twee) waren overgebleven. Het 'kleine voertuig' boeddhisme (hinayana) uit Sri Lanka, Myanmar, Thailand, Cambodja en Laos (ook wel IndonesiŰ en Bangla Desh) heeft zich met de anattaleer in het westen verspreid. Deze tak wordt sinds 1950 het theravada-boeddhisme genoemd. En in het oosten (China, Korea, Japan) bestaat nog steeds de andere tak die het 'grote voertuig'  boeddhisme (mahayana) heet.

Naast deze geopenbaarde leringen die elkaar soms tegenspraken, had Boeddha de meer diepzinnige inzichten alleen kunnen delen met zijn directe leerlingen die voortdurend met hem waren opgetrokken. Dat esoterische boeddhisme werd na zijn dood in het grootste geheim alleen aan ingewijden doorgegeven met de bedoeling om het op die manier zuiver te kunnen houden. Die leer werd in de loop der tijden verder verdiept en uitgewerkt door de ingewijde volgelingen die daaraan hun hele leven hebben gewijd. In de 14e eeuw werd die leer naar Tibet overgebracht, alwaar die nog verder werd ontwikkeld. Zo was de situatie toen Blavatsky naar Tibet ging, in welke tijd dat land nog volledig was afgesloten van de buitenwereld.

Het was de bedoeling van haar leraren dat zij een heel klein gedeelte van dat esoterisch boeddhisme in de vorm van de theosofie naar het westen bracht. Want meer dan dat kon de westerling toch niet begrijpen. Een en ander had wel tot gevolg dat Blavatsky de eerste persoon was die de re´ncarnatieleer en de crematie in het westen onder de aandacht bracht. Tijdens haar leven stond ze naar haar zeggen telepathisch in contact met haar leraren. Maar na haar dood was die verbinding verbroken, terwijl Tibet ruim een halve eeuw later door de Chinezen werd veroverd. Daarmee verloor Tibet zijn zelfstandigheid en moest de nog jonge dalai lama naar India vluchten. Wat het esoterisch boeddhisme betreft is het nauwelijks de vraag of daarvan nog iets bewaard is gebleven buiten de theosofie. Persoonlijk denk ik van niet, temeer daar ik uit de naar buiten gebrachte visie van de dalai lama afleid dat hij niet meer (zo grondig) was ingewijd als de voorgaande dalai lama's. Dat neemt echter niet weg dat hij als mens bewondering verdient en een geweldig voorbeeld zou kunnen zijn voor de kerkelijke leiders in het westen.

In de beginfase kwam de theosofische beweging op een positieve wijze tot ontwikkeling, waarna de onvermijdelijke problemen kwamen. De eerste ruzie leidde tot de oprichting van een vereniging die na verloop van tijd parapsychologisch onderzoek ging doen. En na de dood van Blavatsky kwam er nog meer kommer en kwel, waardoor de theosofische beweging in verschillende takken uiteenviel. Zo maakte de antroposofie (de leer van het menselijke) zich onder de bezielende leiding van Rudolf Steiner los van de moederbeweging, waarbij de aandacht niet meer was gericht op Boeddha maar op Jezus. Vervolgens heeft die beweging weer invloed gehad op de rozenkruisers beweging. Daarnaast ontspoorde de ariosofie in Duitsland in de vorm van de verachtelijke leer van de Nazi's. Dat verklaart waarom die onmensen zich bedienden van het hakenkruis, het heiligste en meest diepzinnige symbool uit de oudheid.

Toen Blavatsky de re´ncarnatieleer vanuit Tibet naar het westen bracht, had de theosofie een geweldige voorsprong waar het de kennis betreft van het wezen van de mens. Maar omdat vrijwel niemand in staat was om de waarde en waarheid van die kennis te onderzoeken, is er sindsdien weinig veranderd. Die stilstand werd opvallend toen de re´ncarnatietherapie in het laatste kwart van de 20e eeuw tot ontwikkeling kwam. Dienaangaande hadden de meesters gezegd dat er een onwaarschijnlijk lange tijd is tussen twee levens op aarde, waardoor die herinneringen uit vorige levens niet mogelijk zijn. En dat klopt niet met de ervaringen van alle moderne re´ncarnatietherapeuten, terwijl wetenschappelijk onderzoek van Wambach heeft bevestigd dat er tussen twee opeenvolgende levens gemiddeld maar enkele jaren ligt. Soms slechts enkele maanden (Stevenson). Mede als gevolg daarvan hebben de theosofen zich van het moderne re´ncarnatieonderzoek gedistantieerd. Daar komt nog bij dat Blavatsky tegen het hypnotiseren was, terwijl men aanvankelijk hypnose toepaste om die vorige levensherinneringen op te wekken. Ook om die reden willen de theosofen daar niets mee te maken hebben. De hypnose waarop Blavatsky doelde, heeft echter niets te maken met de technieken waarvan de hedendaagse re´ncarnatietherapeut zich bedient.

De UG stelt daar tegenover dat het onmogelijk is om het re´ncarnatievraagstuk en talrijke andere vraagstukken te doorgronden, als men zich blijft houden aan de leer zoals die destijds door Blavatsky is overgedragen en opgetekend.

Daarnaast leert de esoterie ons dat er meer dimensies zijn dan de stoffelijke wereld waarin wij leven. Het gaat daarbij om zeven niveaus die elkaar doordringen, terwijl niemand begrijpt wat dat zevental inhoudt. Ik wijs daarop, omdat het bij een verdere analyse (UG) duidelijk zal worden  dat het aantal van die zeven werkelijkheden wel en niet klopt. En zolang men dat onderscheid niet begrijpt, leidt ook die leerstelling tot verkeerde inzichten.

Conclusie

Ik stel dat de aanvankelijke voorsprong van de theosofie op geestelijk gebied inmiddels is omgezet in een niet meer te achterhalen achterstand. Dat geldt niet alleen voor de theosofie, maar voor alle esoterische bewegingen. De bestudering van de esoterie kan zinvol zijn. Maar een dergelijke studie werpt alleen vruchten af als we in staat zijn om de ingeslopen fouten op te sporen. En dat onderzoek is niet mogelijk op de wijze waarop de esoterie te werk gaat.

 

Spiritisme en helderziendheid

Het spiritisme dat in de tweede helft van de 19e eeuw tot ontwikkeling kwam, hoort niet bij de esoterie die altijd geheim was en teruggaat naar de oudheid. Blavatsky en haar Tibetaanse leraren hebben van dat spiritisme zelfs in scherpe toon afstand genomen, omdat het in die begintijd alleen ging om het oproepen van spiritistische verschijnselen. Daarnaast vonden ze het zinloos, omdat het in hun visie niet mogelijk is om met de doden te spreken. Na de dood valt de persoonlijkheid in twee delen uiteen, waardoor de overledene niet meer dezelfde is als hij tijdens zijn leven op aarde was. Die visie is in de UG verder uitgewerkt.

Allerlei helderzienden bestrijden deze esoterische visie, vooral als zij met overleden mensen (menen te kunnen) praten. Maar hoe mooi die contacten met gene zijde ook mogen zijn of lijken, het onderzoek op dat terrein levert geen nieuwe inzichten op. Elk medium dat met de doden spreekt, heeft namelijk haar/zijn eigen persoonlijke ervaringen die niet op waarde en waarheid onderzocht kunnen worden. Nooit horen twee verschillende mediums dezelfde boodschappen en nooit nemen twee verschillende mediums dezelfde wereld waar aan gene zijde. Daar komt nog bij dat die mediums alleen dingen zien waarin zijzelf geloven, terwijl ze nooit iets zien waarin ze niet geloven.

Verder blijkt de inhoud van de helderziende waarnemingen afhankelijk te zijn van de dominante cultuur en de tijdgeest. Christelijk georiŰnteerde mediums zien aan gene zijde duivels, engelen en mensen, terwijl ze een eeuw geleden ook nog Jezus en Maria in de hogere sferen zagen. Benjamin Creme ziet Jezus nog steeds rondschuifelen in de vorm van de maitreya (wereldleraar), terwijl Helen Schucman haar 'Course in miracles' gedicteerd kreeg door Jezus. Hoe realistisch is dat? In 1900 zagen de mediums minstens twintig sferen aan gene zijde. In 1950 waren er nog maar zeven. En nu de theosofie haar invloed heeft verloren, lijkt het erop dat die indeling in sferen verdwijnt. In deze tijd krijgen de gidsen veel meer aandacht, terwijl ik in de regressietherapie alleen deelpersonen tegenkom die in vorige levens tot ontwikkeling zijn gekomen.

Conclusie

Op dit paranormale gebied stuiten we onophoudelijk op persoonlijke meningen die van tijd tot tijd veranderen. Dat levert dus geen betrouwbare antwoorden op bij onze vragen. Natuurlijk kan iedereen haar/zijn inzichten en vaardigheden op dit terrein ontwikkelen op basis van eigen voorkeur en interesse. Maar hoe waardevol dat ook mag zijn, dat soort inzichten geven zonder gedegen onderzoek geen bijdrage aan de ontwikkeling van de Universele Gestalttheorie.

   Blad 4
  Overzichtspagina