6

DE MENS ZELF MOET VERANDEREN

Veel mensen hebben geen vragen die boven de dogma's van de godsdiensten en de kennisgebieden van de wetenschap uitgaan. Daarbij negeer ik de vele levensvragen die iedereen op zijn eigen wijze zal moeten oplossen en doel alleen op de vraagstukken die hiervoor zijn genoemd en nergens bevredigend worden beantwoord. Het is dan toch ondenkbaar dat die situatie nooit zal veranderen. Toch mogen we op termijn niet verwachten dat de godsdiensten hun dogma's loslaten. Want naast de toenemende ontkerkelijking ligt er een groeiend fundamentalisme op de loer. Tevens lijkt het erop dat de wetenschappen voorlopig nog niet boven het materialisme zijn uitgegroeid.

Naar mijn mening is de situatie als volgt. Door de ontwikkeling van de wetenschappen werden de godsdiensten in enkele eeuwen tijd gedwongen om bepaalde geloofsovertuigingen los te laten of te verruimen. In tweede instantie kregen de alternatieve wetenschappen steeds meer invloed, als gevolg waarvan steeds meer wetenschappers hun materialistische geloofsovertuigingen loslaten en verruimen. En omdat het tweede proces niet sneller kan gaan dan het eerste, mogen we aannemen dat het reeds ingezette bewustwordingsproces zich slechts langzaam zal voltrekken.

De verborgen zin van al onze problemen

Hiermee spreek ik de verwachting uit, dat er geleidelijk steeds meer mensen komen die hun eigen weg gaan, die niet gebonden zijn aan een godsdienst, en die zich gelijktijdig minder afhankelijk maken van de wetenschap. Ik geloof niet dat die ontwikkeling alleen door positieve trekjes gekenmerkt zal worden, want zo gemakkelijk verandert de mens niet en zo snel worden we niet bewuster. Ik zie in dat verband twee tegenstrijdige tendensen die onophoudelijk verder uit elkaar drijven, naarmate de problemen in de wereld toenemen.

  • 1   De tendens dat mensen door hun onverbloemde egocentriciteit en materialistische grondhouding in een vicieuze cirkel belanden van een toenemend aantal problemen. Daaraan te wennen is voor velen de enige mogelijkheid om er niet in verzand te raken. Anderen ontwikkelen daardoor echter een destructieve tendens, met name als ze de zin van het leven niet meer als een uitdaging ervaren. De creativiteit van deze groep dreigt in depressie en agressie te verzanden.

  • 2   De tendens dat een toenemend aantal mensen beseft dat ze iets van hun problemen moeten, kunnen en mogen leren. Als zij hun problemen te boven komen, ervaren ze dat als een bevrijdend bewustwordingsproces dat zijn stuwkracht heeft ontleend aan de ellende die al (bijna) is verwerkt. De creativiteit van deze groep geeft steeds meer bevrediging.

Wie door een dergelijk groeiproces tot het inzicht komt dat er nooit iets gebeurt dat niet bij onze ontwikkeling hoort, beseft dat elke ontwikkeling planmatig verloopt en wordt aangestuurd op een niveau dat ons persoonlijke bewustzijn te boven gaat. De gedachte dat er een hogere macht bestaat die alle ontwikkelingen zodanig aanstuurt dat wij onze eigen situaties zelf creëren, is de basis van het geloof in de wedergeboorte. Want daarbij hoort de leer van karma, de opvatting dat wij al handelend onze toekomst vorm geven reeds voordat die is aangebroken.

Het is dan nog maar een kleine stap om in te zien dat de evolutie niet gelijkmatig verloopt, maar toppen en dalen kent ofwel een cyclisch verloop heeft. De tijdgeest wordt nu gekenmerkt door een onevenredig grote nadruk op de stoffelijke werkelijkheid en de ontwikkeling van het ik-besef. Er moeten dan tijden zijn geweest dat de mens veel meer op het geestelijke en het collectief-bewuste was gericht. De bijbel zegt in dat verband dat de mens in een bepaalde fase in de oudheid één was van taal en spraak (Genesis 11:1). In dat afwisselende perspectief van toppen en dalen mogen we verwachten dat de toekomstige ontwikkelingen van uit het dal weer omhoog gaan.

Daarbij sluit ik me niet aan bij de mensen die verwachten dat er al gauw een betere wereld gaat ontstaan. De desillusie wordt dan erg groot als men bemerkt dat die betere wereld nog niet in dit leven aanbreekt. Daarvoor zijn de tijden naar mijn inzicht nog lang niet rijp, terwijl ik het iedereen gun dat zijn positieve verwachtingen wel heel snel uitkomen. Mijn devies is echter: "Hoop niet en wees realistisch. Help daarbij die mensen die geen hoop meer lijken te hebben en daar nog wel naar zoeken".

Potenties ontwaken

De toepassing van de reïncarnatietherapie heeft mij aangetoond dat er nooit iets verloren gaat in het menselijke bewustzijn, terwijl de essentie van vroegere tijdelijk verloren gegane inzichten nu weer in ons begint te sluimeren. Het is daarom mogelijk om die niet meer gekende kennis en vermogens in een aangepaste vorm stap voor stap boven tafel te krijgen. Niet doordat er goddelijke wezens en meesters worden geboren die ons behulpzaam de weg wijzen, maar doordat wijzelf op zoek leren gaan. Socrates sprak in dat verband van zijn daimonion, de innerlijke wijze stem die hem altijd raad gaf. Alleen als die slapende stem ontwaakt, komen we verder. Want alleen die innerlijke stem kan onze zoektocht naar meer inzicht aansturen.

Vanzelf gaat die stem niet spreken, omdat onze overtuigingen een blokkerende invloed hebben op die stem. Als wij ons dan afvragen waarom wij die stem niet horen, is er maar één antwoord mogelijk: "Wij hebben door onze overtuigingen nog niet zo goed leren luisteren". Veel overtuigingen hebben een zelfbeschermende functie en worden gevoed door onverwerkte pijn en angst. En omdat iedere overtuiging de functie heeft om een bepaald soort weerstand in stand te houden, leidt werkelijke geestelijke groei per definitie tot vermindering van het aantal overtuigingen en dus tot meer openheid. Omgekeerd kan er geen sprake zijn van werkelijke geestelijke groei, zonder dat we bepaalde angsten overwinnen en verwerken. En hoe meer we onszelf daarbij leren kennen, hoe diepgaander onze vragen worden.

Het is in dat opzicht opvallend dat de meer diepgaande vragen bijna altijd met elkaar overeen komen. Ik ben dan ook van mening dat al die vragende mensen vroeger inzichten hebben gehad die in deze tijd beginnen terug te komen. In dat verband verwijs ik in de volgende pagina's naar de oudheid en datgene dat er in de loop der tijden verloren is gegaan.

   Blad 7
   Overzichtspagina