7

DE UNIVERSELE LEER ALLER TIJDEN

 

Ik heb de volgende ervaring opgedaan. Hoe meer de mens open staat voor de opvattingen van andersdenkenden, hoe meer sympathie hij heeft voor de opvatting dat er hogere vormen van bewustzijn zijn. En waarom zou dat hogere bewustzijn vroeger niet op de aarde hebben bestaan?

Dat is niet de opvatting die ik op school heb geleerd. In 1954 leerde ik in de zesde klas van een christelijke school dat de vrij primitieve Batavieren een paar duizend jaar geleden de Rijn waren afgezakt en in de Betuwe (Bate-ouwe ofwel vruchtbare kleigrond) in holen in de grond hebben geleefd. Aan de overkant van die rivier lag de vale ouwe (Veluwe), de onvruchtbare zandgrond. De Romeinen waren in die tijd echter al veel verder ontwikkeld, maar een paar duizend jaar daarvoor leefden alle mensen nog in de steentijd. Die verhalen gingen er in als koek, maar kwamen er tien jaar later als een onverteerde brei weer uit.

In die tijd kwam ik namelijk tot het inzicht dat de heidenen niet dommer waren dan de christenen, terwijl sommige heidenen zelfs veel slimmer waren. En door mijn studies in 'De Geheime Leer' (het theosofische standaardwerk van Blavatsky) kwam ik zelfs tot het inzicht dat er vroeger heel veel primitieve mensen zijn geweest naast enkele mensen die een veel hoger bewustzijn hadden.

Daarbij werd het mij duidelijk dat alle grote godsdienstleraren in de oudheid dezelfde inzichten hadden, waar ze ook op aarde hebben geleefd. Daardoor raakte ik geïnteresseerd in de vele mythologische overleveringen, omdat ik ging beseffen dat die verhalen door dat soort mensen waren bedacht ten behoeve van het volk. Dat blijkt namelijk uit het feit dat er altijd een verborgen diepgaande betekenis in die oude verhalen verscholen gaat. En verder valt het op dat sommige volkeren in Amerika en Azië vrijwel dezelfde leringen verkondig(d)en als de bijbel.

Dat boek 'De Geheime Leer" deed mij inzien dat de ontwikkeling van de mensheid anders is verlopen dan de wetenschap ons leert. Wij leren op school dat de mens steeds primitiever wordt naarmate we  verder teruggaan naar het verleden. Daardoor lezen we de verschillende mythologische verhalen als sprookjes die ons vertellen hoe de in de natuur levende mens toen nog dacht. In tegenstelling daarmee maakt de theosofie duidelijk dat die verhalen vaak veel ouder zijn dan nu gedacht wordt en daarbij een kern van onverwacht diepzinnige waarheid bevatten. En hoe ouder die overleveringen zijn, hoe diepzinniger ze zijn.

Daarnaast lijken de verschillende mythen opvallend veel op elkaar, wat mij tot het volgende inzicht heft gebracht. Wanneer we in staat zouden zijn om alle mythen inclusief de eerste vijf bijbelboeken te herleiden tot hun bron, dan zou uit onderlinge vergelijking blijken dat ze allemaal uit dezelfde leer zijn voortgekomen. Daaruit kunnen we afleiden dat er ooit een universele leer heeft bestaan die over de hele aarde was verspreid. Die bewijsvoering vinden we in 'De Geheime Leer', waarbij ik wel moet opmerken dat dit theosofische standaardwerk een jarenlange en grondige studie vergt, wil men er iets van kunnen begrijpen.

Aldus onderschrijf ik de theosofische opvatting dat alle oudste leringen in de kern verwijzen naar één universele leer die over de hele aarde verspreid dezelfde was. En die leer was geen theorie, maar het inzicht van de hoogstontwikkelde wezens die ooit op de aarde hebben geleefd en nog zullen leven.

   Blad 8
   Overzichtspagina