8

ESOTERISCH EN EXOTERISCH

Misbruik leidde tot geheimhouding

In alle tijden zijn er mensen geweest die veel verder waren ontwikkeld dan de massa. De bijbel spreekt van goden die op aarde leefden en in het oude Egypte kende men goden, halfgoden en verschillende generaties van koningen. Helemaal achteraan in dat rijtje komen de farao's uit de periode die wij de Egyptische oudheid noemen. Als we echter niet letten op de tijd waarin de mens leefde, zijn Hermes, Zarathoestra, Krishna, Mozes, Boeddha en Jezus voorbeelden van mensen die van nature een veel dieper inzicht hadden in het wezen van de mens dan wij nu kunnen bevatten.

Dat de nog niet ontwikkelde mensheid in de verre oudheid zijn kennis en inzichten telepathisch aan elkaar doorgaf, kunnen we zoals reeds gezegd afleiden uit Genesis 11:1, waar staat dat alle mensen in de oertijd n waren van taal en spraak. De geweldigen van de voortijd (Gen.6:4) leefden daarom zonder enige vorm van geheimhouding en/of inwijding. Dat veranderde in latere tijden, toen de iets meer ontwikkelde mensheid misbruik leerde maken van zijn paranormale vermogens. Alle overleveringen zeggen daarvan dat God de mens toen strafte door zondvloeden op te roepen die hele beschavingen deden verdwijnen (Gen.6:5).

Volgens een Arabische overlevering zou Hermes zijn land (Atlantis) vlak vr de laatste zondvloed hebben verlaten om daarna in Egypte te regeren als een koning. Volgens 'De Geheime Leer' en de Arabische 'Hitat' (een 13e eeuws geschrift van Al Makrizi) is de piramide van Gizeh gebouwd vr die allesvernietigende zondvloed, met het doel om de kennis die de mens van de goden had gekregen te bewaren voor na de vloed. Zo staat er:

De eerste Hermes die in zijn hoedanigheid als profeet, koning en wijze de drievoudige (Trismegistos) werd genoemd, las in de sterren dat de zondvloed zou komen. Daarom liet hij de piramide bouwen.

Een ander geschrift vermeldt dat Saurid de Grote (= Hermes) die Piramide liet bouwen, omdat hij 300 jaar voor de zondvloed een droom had waarin de aarde draaide, de mensen vluchtten en de sterren naar beneden stortten. Egyptologen wijzen dat af en verkondigen dat de eerste farao Menes 5000 jaar geleden leefde, terwijl die piramide 400 jaar later werd neergezet. Zij moeten dan maar verklaren waarom de grote piramide in de Egyptische oudheid nog ontoegankelijk en afgesloten was en dus nooit het graf van Cheops geweest kan zijn. Het was een ruimte waarin men alleen in uitgetreden toestand binnen kon komen.

Terug naar dat machtsmisbruik dat ertoe leidde dat die hogere kennis in de herrezen culturen steeds geheimer werd en uiteindelijk alleen in inwijdingscholen verworven kon worden. De eerste gegevens waarover wij beschikken maken ons duidelijk dat sommige Grieken naar Egypte gingen om daar te worden ingewijd. We denken dan aan Solon (7e eeuw), Thales en Pythagoras (6e eeuw), terwijl Plato de laatste was die daarover heeft bericht (4e eeuw). Vlak daarna ging die mogelijkheid verloren toen Egypte zijn zelfstandigheid verloor en door Perzi, het Griekse Macedoni en Rome werd overheerst. Alleen in en rond het Himalayagebergte waren er in en na die tijd nog enkele mensen die meer kennis en inzicht hadden.

Wat bewaard is gebleven, is in geheimtaal opgetekend

In de oudste tijden werden de geheime leringen in symbolen opgetekend, terwijl alleen de ingewijden in staat waren om die symbolen te interpreteren. In de tijd dat de schrift ontstond, werd het een en ander met behulp van lettertekens opgeschreven. Maar omdat er heel veel niet geopenbaard mocht worden, werden de woorden en teksten voor de leek onbegrijpelijk gemaakt. Dat geldt voor de mythologie in Amerika, Afrika, Europa en Azi, de informatie die Plato over Atlantis gaf en zelfs voor de wetboeken van Mozes (de eerste vijf bijbelboeken: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium).

Hoeveel moeite men destijds heeft genomen om die vijf heilige wetboeken geheim te houden, lezen we in de kabbalistische Zohar. De kabbalisten die de ware betekenis daarvan kenden, ontwikkelden vijf verschillende methoden die men moest kennen om de woorden en zinnen op de juiste wijze te kunnen interpreteren. Achtereenvolgens zijn dat gematria, notarikon, temura, albath en algath. En nu we die oudste bijbelteksten niet meer op die manier kunnen interpreteren, begrijpt niemand meer de oorspronkelijke betekenis van het eerste gedeelte van het meest gelezen boek op aarde.

   Blad 9
   Overzichtspagina