B57

 

Woorden als 'toen' en 'nog' mag je dus niet gebruiken als je spreekt over de toestand voor de schepping. Maar zelfs het woord 'toestand' mag je niet gebruiken, want ook dat hoort bij de tijd en de ruimte.

 

Toch zul je wel merken dat het soms onmogelijk is om die woorden niet te gebruiken. Want hoe kun je nu iets zeggen van een toestand die geen toestand is? Hoe kun je iets zeggen van een tijd die geen tijd is? Hoe kun je iets zeggen van een ruimte die geen ruimte is?

Met andere woorden, hoe kun je iets zeggen van iets dat niets is?  

 

Daarom zeg ik toch maar dat er toen nog niets was.

 

Maar God was er wel. Was God dan wel iets?

 

[Picture]  Volgende pagina

[Picture]  Vorige pagina

[Picture]  Terug naar keuzemenu B

[Picture]  Overzichtspagina