C57

 

Eerst heb ik je laten ontdekken dat God geen schepper was naast de schepping. Maar nu we weten dat God ZElf de schepping is geworden, was God in dat opzicht wel de schepper. Ik sprak in mijn tijd van de bouwmeester om daarop te wijzen. Ik wist heus wel dat God niet een soort superman was die in den beginnen heel hard had moeten werken. Maar God was in het oerbegin wel de actieve bron die het universum is geworden. En daarmee heeft God twee aanzichten, een niet bewegend aanzicht en een bewegend aanzicht.  

Ik zal je vertellen waarom ik gebruik maak van de woorden bewegen en niet bewegen.

Mijn leerling Aristoteles spreekt in een van zijn boeken van de 'onbewogen beweger', welk begrip in de academie vaak werd besproken. Omdat ik heb gemerkt dat de betekenis van die tegenstelling niet op de juiste manier wordt begrepen, moet jij dat maar eens recht zetten.

Hoe zou jij de betekenis van de uitdrukking 'onbewogen beweger' uitleggen?

[Picture]  Volgende pagina

[Picture]  Vorige pagina

[Picture]  Terug naar keuzemenu D   

[Picture]  Overzichtspagina