C61

 

Grandioos, Grandioos, Grandioos.

Weet je wel dat jij een probleem hebt opgelost dat alleen in de oudheid werd begrepen. Een paar eeuwen geleden waren er in Europa nog wijsgeren die hierover nadachten, mensen zoals Hegel, Kant en Schopenhauer. Maar die zijn er nooit uitgekomen, waardoor de wijsgeren van jouw tijd daarover niet meer nadenken en de godsdiensten met rust hebben gelaten.

En dat komt alleen omdat zij niet inzien dat God niet op ÚÚn manier benaderd kan worden. Dat kan alleen op een tegenstrijdige manier.

 Omdat de leer van de hindoes veel ouder is dan de geleerden in jouw tijd denken, vinden we in die boeken ook de oplossing voor dit probleem. In het hindoe´sme heeft God namelijk twee namen:

ParabrahmÔ en BrahmÔ

ParabrahmÔ gaat boven BrahmÔ uit, terwijl BrahmÔ de schepper is. Daarmee wordt ParabrahmÔ in de UG verbonden met NIETS en ALLES, terwijl BrahmÔ wordt verbonden met de schepping en dus de schepper is (zonder een vorm te hebben).

Als je het volgende probleem ook nog kunt oplossen, ben je voor mij een superfilosoof in wording. De heilige boeken in India spreken van de oorzaakloze oorzaak, wat je net hebt uitgelegd. Verbindt de twee woorden van die uitdrukking eens met de namen ParabrahmÔ en BrahmÔ.

[Picture]  Volgende pagina

[Picture]  Vorige pagina

[Picture]  Terug naar keuzemenu D   

[Picture]  Overzichtspagina