D25

Dat moet wel zo zijn. De materie neemt geen ruimte in, de geest neemt alle ruimte is. Dit klinkt absurd, maar vergeet niet dat de stof en de geest nog gescheiden zijn. Dat verandert in de tweede stap als ze worden verbonden. Maar zo ver zijn we nog niet met onze analyse. Eerst denken we nog iets verder na over de polaire tegenstelling tussen de stof en de geest. En dan doen we met "wiskunde". Schrik niet, want met dat doel leer ik jou iets dat in deze tijd niet meer bekend is, terwijl dat in mijn tijd nog door alle ingewijden geweten werd.

Of je nu bij de Kelten werd opgeleid tot druīde, of in Egypte tot hogepriester, of je in de school van Pythagoras was opgenomen, of studeerde aan mijn Academia in Athene, altijd werd je in de wiskunde opgeleid. En dat was niet jullie wiskunde met allerlei ingewikkelde berekeningen, maar een godsdienstig- wetenschappelijke wiskunde.

In deel E wordt dat uitgelegd. Nu bespreken we van die wiskunde alleen iets van een cirkel, omdat die figuur jou kan vertellen waarom de materie uit de min-pool/nietspool en het bewustzijn uit de plus-pool/alles-pool tot ontwikkeling zijn gekomen.

Teken voor mij op papier een cirkel met de straal van 5 cm. Dat is dus de afstand tussen de passerpunt en de potloodstift. Je prikt dan met de passerpunt een gaatje in het papier, maakt de cirkel, waarna dat gaatje het middelpunt is van die cirkel. Je kunt dat gaatje natuurlijk heel goed zien in het papier. Moeilijker wordt deze wiskunde niet, terwijl mijn vraag de volgende is:

Hoe groot is het middelpunt van die cirkel?

[Picture]  Volgende pagina
[Picture]  Vorige pagina
[Picture]  Terug naar keuzemenu D   
[Picture]  Overzichtspagina