D37

 Dat laatste is heel slim bedacht, want daarom gaat het in deze wiskunde. Het middelpunt en de omtrek van de bol bestaan alleen in theorie. Maar in diezelfde theorie verhouden ze zich tot elkaar als 'niets' en 'alles'.

Het middelpunt en de cirkel zijn niets. Toch zijn ze niet gelijk, omdat de cirkel de hele inhoud omvat en dat is 'alles". Er is zodoende gelijkheid en er is verschil. In ruimtelijk opzicht zijn ze allebei niets. Dat is gelijk. Maar als we ze met elkaar vergelijken, gaat het om niets en alles. Dan zijn ze polair tegengesteld, wat het wezenlijke verschil is tussen het middelpunt en de cirkel.

Misschien vind je dit verhaal wel erg theoretisch. Maar je zult al gauw merken dat het belang van deze denkwijze enorm is. Ik voorspel bijvoorbeeld dat deze redenering in de verre toekomst de basis wordt die de godsdienst met de wetenschap verbindt. Want alleen op deze manier kun je zonder enige hapering vanuit de goddelijke bron in de schepping stappen. Daarom gaan we onverdroten verder.

Vind je het niet vreemd dat de stof als het ware niets is, terwijl we alleen de stof kunnen zien? En de geest is als het ware alles, terwijl we daarvan niets kunnen zien. Dat is alleen maar vreemd, omdat we nog steeds spreken over de tegenstelling tussen de stof en de geest. En die tegenstelling wordt pas in de tweede stap verbonden.

Die stap gaan we nu onderzoeken met de volgende vraag: "Welk element is nu nog niet aan de beurt geweest?" 

[Picture]  Volgende pagina
[Picture]  Vorige pagina
[Picture]  Terug naar keuzemenu D   
[Picture]  Overzichtspagina