E19

Weet je wat nu zo gek is? Jouw antwoord is het enig goede antwoord. Want zoals de mensen uit wereld A geen voorstelling kunnen maken van wereld B, kunnen de mensen van wereld B geen voorstelling maken van onze wereld. Doorgeredeneerd kunnen wij geen voorstelling maken van wereld D die 4 dimensies heeft of wereld P die 16 dimensies heeft.

Toch onderschrijft de UG het bestaan van hogere werelden. Maar die zijn niet 4-dimensionaal of 16-dimensionaal. Overal en altijd zijn er maar drie aaneensluitende bij elkaar horende dimensies. De gedachte dat die hogere werelden 4-dimensionaal of 5-dimensionaal kunnen zijn, is bedacht vanuit ons eigen wereldbeeld.

Zozeer neigen wij ertoe om al het bestaande aan te passen aan wat wij kennen, dat wij ons amper kunnen voorstellen dat er hogerontwikkelde wezens zijn dat de mens. Hooguit gelooft men in rondvliegende engelen of aartsengelen. Maar weinigen kunnen zich voorstellen dat het lichaam van die hogerontwikkelde wezens een maan is, een planeet, een zon of zelfs een melkwegstelsel. En zelfs op dat planetaire niveau verhouden de dimensies zich als de punt, de lijn en de cirkel. Maar dan op een manier die volstrekt boven ons bewustzijn uitgaat.

Zelfs de materie is op dat hogere niveau anders. Wij zien wel de hemellichamen, maar niet hun werkelijke lichamen. Daar kijken we dwars doorheen. Ik heb daar al op gewezen toen ik je de vijf regelmatige figuren liet zien en die verbond met de elementen. Weet je de naam nog van dat vijfde element? (E1

[Picture]  Volgende pagina
[Picture]  Vorige pagina
[Picture]  Terug naar keuzemenu E   
[Picture]  Overzichtspagina