E29

Helemaal goed.

En nogmaals, je hoeft dit nog niet te begrijpen. Wel is het belangrijk dat je nu weet dat de wiskunde van de UG (en daarmee de wiskunde van de oudheid) een reeks figuren naast elkaar heeft gezet die steeds iets complexer worden. Op die manier kunnen die figuren worden vergeleken met de dingen die in de werkelijkheid ook steeds complexer worden, zoals (ik herhaal het maar weer): de atomen, de moleculen, de gassen, de vloeistoffen, de vaste stoffen, de cellen, de lichamen, de hemellichamen, de melkwegen en de "opeenvolgende" heelallen.

Dit was een lange doch noodzakelijke uitweiding. Weet je eigenlijk nog wel waarmee we geŽindigd zijn in deel D? Want daarmee gaan we nu verder.

[Picture]††Volgende pagina
[Picture]† Vorige pagina
[Picture]† Terug naar keuzemenu E†††
[Picture]††Overzichtspagina