G48

Die lerares, wat had ik een hekel aan dat mens, vertelde ons dat de mensen in de oudheid alles aanpasten aan de mensen, omdat ze nog niets anders konden begrijpen. Zij leerde mij toen het woord antropomorfisme; dat heb ik nog wel onthouden.

Toen ze dat vertelde, was er een jongen in de klas die zei dat de mensen nog steeds in een menselijke god geloven. Hij vroeg haar toen of dat niet primitief was. Zij vond van niet, want dat was volgens haar in deze tijd iets heel anders.

Dat herinner ik me nog. Maar ik denk er ook aan dat u al eerder heeft gezegd dat wij eigenlijk nog niet veel meer zijn dan dieren. Wat bedoelde u daarmee?

  Volgende pagina
  Vorige pagina
  Terug naar keuzemenu G   
  Overzichtspagina